Hoe is dat, reizen in Azië

Op deze pagina zal ik proberen uit te leggen hoe het is om een langere tijd rond te reizen, in Azië dus maar misschien maakt dat niet zoveel uit.

De cartoon van Snoopy hiernaast is uit een chinese uitgave van de bekende strips van Charles M. Schulz. Klik erop voor de hele strip.

De wijsheid van Snoopy bevalt me wel. De dagelijkse dingen krijgen iets bijzonders en zijn daarom ook wel een beetje een record. Niet door de kilometers maar gewoon door in Azië rond te fietsen en te kijken.

Deze pagina heeft de volgende stukjes:

Eten en drinken

Eten en drinken heb ik zo'n beetje overal gedaan. Van kleine, zeer eenvoudige, eettentjes tot in restaurants die wat pretenties leken te hebben. En eigenlijk zijn de kleine tentjes het beste. Je zit dan misschien niet altijd comfortabel maar het eten is er vaak vers bereid, en je ziet meestal de kok of kokkin bezig.

Wat me erg is meegevallen is dat ik nog helemaal geen last heb gehad van welk eten of drinken dan ook. Ik ben weggegaan met het idee dat ik niet te moeilijk moet doen hierover. Uitgangspunt is dat als de lokalen het eten ik het ook moet kunnen eten.

Een mooi gebruik wat ik in meerdere landen tegenkom is dat bij binnenkomst of aanschuiven je al meteen een glas of beker met koud water krijgt. Zeker in de warme landen is dat prettig.

Wat mij betreft delen Thailand en Japan de eerste plaats voor het lekkerste eten. Beide erg verschillend, Japan kent vrijwel geen pittige gerechten, maar beide veel met vis en veel verse produkten.

Als ontbijt scoren de franse bakkerijen van Laos natuurlijk hoog. Een vers broodje met behoorlijke koffie doet het altijd goed. In Japan kennen ze ook wel bakkerijen maar de koffie daar is duidelijk minder.

Maar ook een goed ontbijt is de roti met koffie van Maleisië. Vooral de maleise koffie is erg goed. De rest van het eten in Maleisië was niet zo super. Na bijna 3 maanden daar was ik blij dat ik naar Thailand ging.

Verblijf

Hotels (guesthouses ed.) heb ik ondertussen in vele soorten en kwaliteiten gehad. In het begin, in Maleisië, heb ik hotels gehad die ik nu niet meer zou nemen. Mijn norm is dus wel wat veranderd in de loop der tijd. Deels komt dat door dat ik in het begin nog niet zoveel idee had hoe duur de reis zou gaan worden en heb dus wat zuinig aan gedaan. Anderszijds komt het gewoon door de behoefte aan een behoorlijke kamer.

Ik ben wel altijd van een eigen kamer met WC en douche uitgegaan. Ik ben dus niet in dormitories geweest (zal de leeftijd zijn). Daardoor heb je misschien wel wat minder contact met anderen maar in de praktijk was dat er toch al niet zoveel, daarvoor zat ik teveel in de (kleinere) plaatsen die niet in de Lonely Planet staan.

Een nadeel van het reizen is wel dat je geen vaste plek hebt. Het elke keer in- en uitpakken van de fietstassen is niet het leukste onderdeel van de reis. De bagage in de tassen is dan ook zo verdeeld dat ik voor één nacht alleen de bovenste laag nodig heb. Het komt dus voor dat ik soms wekenlang de bodem van mijn tassen niet zie.

Eén van de dingen die ik als eerste doe is mijn reiswekker neerzetten als ik ergens ben. Dat is niet alleen praktisch maar ook een beetje het idee dat het dan mijn kamer is. (Het is een digitaal klokje, dus het tikt niet zoals thuis.)

Dec. 2007. Helaas, mijn digitale wekker wekt niet meer. Ik heb dus een nieuwe wekker moeten kopen.

De fiets

Ik had natuurlijk geen ervaring in dit soort lange afstandsfietsen. Desondanks had ik wel een idee wat voor fiets ik wilde hebben: simpel, robuust en niet te klein. Dat is dus, door stom toeval, goed gelukt. Wat heet, ik ben ondertussen dolblij met mijn fiets. Het merk is Shogun en komt waarschijnlijk uit Taiwan.

Je leest op het internet wel eens van die verhalen van mensen die ook lange tochten maken (dat zijn er behoorlijk wat zelfs) en dure fietsen kopen en zelfs speciaal laten maken. Ik vraag me nu nog steeds af of dat allemaal wel nodig is. Misschien heb ik nog niet de meest extreme dingen gedaan maar heb wel al aardig wat kilometers over hobbels gereden en het frame (en de rest van de fiets) is nog steeds prima. Dan heb je volgens mij geen exotische materialen nodig. En gewichtsbesparing is niet zo'n sterk argument. Een bidon met een liter water weegt al een kilo, ik heb twee op mijn fiets. Van het vliegveld weet ik dat mijn fiets met alles erop en eraan (slot, gereedschap) 16 kilo weegt.

Een paar dingen zijn voor mij echt belangrijk aan een fiets:

Een goed zadel is het belangrijkste. Ik begon met een te groot (breed) en vooral te zacht zadel. Daardoor kreeg ik schrale plekken. Langzaam maar zeker heb ik een harder en kleiner (smaller) zadel aangeschaft. Ik zit nu alleen met mijn zitbeenderen op het zadel en dat gaat prima. Er beginnen zich wel twee eeltachtige plekken te vormen op mijn billen.

De handvatten van het stuur moeten ook lekker zitten. Dat klinkt misschien wat triviaal maar je handen krijgen ook veel te verduren en handvatten met ribbels of profiel maken de druk alleen maar groter. In de betere fietsenwinkels kun je behoorlijk kiezen uit verschillende soorten. Ik heb nu handvatten van een stevig rubber zonder ribbels of ander profiel.

De rest van de fiets is een kwestie van goed afstellen. De hoogte van stuur en zadel heb ik moeten zoeken maar die is nu, voor mij, optimaal.

Meer over mijn fiets op de fiets-pagina.

Fietsen en verkeer

Fietsen in Azië levert duidelijke leermomenten: verkeersregels zijn ook maar relatief.

Het is over het algemeen wel leuk (en leerzaam) om te zien hoe het verkeer, met name fietsers, is in andere landen.

Een hoogtepunt was wel het rijden op 3-baans wegen in Johor Bahru (Maleisië). Rijden als een motorrijder, richting aangeven en op tijd in de goede baan zitten.

In China was het wel wat te veel van het goede. Het verkeer daar is behoorlijk asociaal. Men toetert veel en altijd bij het inhalen. En inhalen doen ze ook als er geen overzicht is, dus op smalle wegen met een bocht en heuvel op. Dat leverde soms wel kippevel op (bij mij in ieder geval).

Verder is de fiets in Azië niet zo'n serieus vervoersmiddel. In China heeft de electrische scooter de fiets voor een flink deel verdrongen. Verder is de fiets vooral een middel om in de wijk van A naar B te komen. Men fietst dan ook overal, op de stoep, aan de verkeerde kant van de weg.

In Japan heeft men wel pogingen gedaan om het fietsen in banan te leiden maar dat is wat mij betreft geheel mislukt. De stoep is het domein van voetgangers én fietsers, als er tenminste een stoep is. In de stad is dat buitengewoon onhandig, de stoep is gewoon veel te vol daarvoor. Buiten de stad is er vaak wel een soort stoep/fietspad maar over het algemeen van een erg matige, zeg maar slechte, kwaliteit met erg veel drempels ering.

Reisgids en kaarten

Tot nu toe heb ik voor elk land een Lonely Planet reisgids bij me gehad. Voor wat achtergrond informatie en praktische informatie over steden is dat een goede gids. Maar aangezien ik veel in plaatsen ben geweest die niet in de gids staan vermeld heb ik ze toch niet veel gebruikt.

Een goede wegenkaart is eigenlijk belangrijker. Niet alleen om de weg te vinden maar ook om in te schatten of een plaats groot genoeg zou kunnen zijn om daar hotels aan te treffen.

De route die ik per dag fiets bedenk ik meestal de avond ervoor. Ik maak dan een inschatting van de afstand en mogelijke volgende overnachting. Soms heb ik dan meerdere plaatsen als mogelijkheid maar vaak is dat bijna niet mogelijk. Maar tot nu toe is het altijd behoorlijk gelukt om binnen het plan van de dag te blijven. Slechts één keer, in Thailand, heb ik 40 kilometer meer moeten fietsen dan bedoeld omdat de plaats waar ik heen wilde nauwelijks iets voorstelde.

De truc is wel om aan behoorlijke kaarten te komen. Voor Maleisië, Laos en China had ik vanuit Nederland wat meegenomen. Vooral in Maleisië heb ik nog wel gekeken naar andere kaarten maar dat stelde allemaal niet veel voor. In Thailand heb ik wel goede kaarten kunnen kopen, zelfs een digitale versie. En in China en Japan is het helemaal makkelijk, elke flinke boekenwinkel in een beetje stad heeft een aanbod aan goede wegenatlassen. De kaarten uit China en Japan zijn uiteraard in het chinees en japans (veel kanji met wat hiragana) maar met een engelstalige kaart ernaast is er prima mee te fietsen.

Het is niet mogelijk om aan te geven wat de beste schaal is. In Maleisië zijn niet veel wegen en heb je aan een grote schaal (1:650.000) genoeg. Maar in China en zeker in Japan zijn er erg veel wegen en is een kaart van 1:200.000 of 1:100.000 wel nodig. De wegenatlassen zijn dan ook van die schalen.

Eigenlijk worden overal wel wegnummers gebruikt. In het ene land zijn die nummers wat beter aangegeven dan in het ander maar het is eigenlijk zelden een probleem geweest om de weg te vinden. De borden waren overal goed leesbaar. In Thailand, Laos, China, Japan en Taiwan worden de plaatsnamen ook in een westerse transcriptie weergegeven.

Bagage

Mijn bagage is niet zo bijzonder, ik probeer het vooral zoveel mogelijk te beperken. Ik reis niet voor niets in (sub)tropisch gebied. Desondanks zijn er een aantal dingen die ik bij me heb en die ik niet of nauwelijks gebruik maar die ik ook niet zomaar weg wil doen:

Aan electronica heb ik een digitale camera (Fuji FinePix E900 9 megapix.) met accu's en oplader bij me. Sinds Hong Kong is dat de Leica Digilux 3 (zie fototoestel-pagina). En de laptop, een Averatec 1000 serie. Een bescheiden 12" schermpje maar met accu weegt het maar 2 kilo. De laptop is ideaal eigenlijk, ik gebruik hem voor verschillende dingen:
» opslag van alle foto's
» CD-ROM branden
» opslag van informatie en web-sites die relevant zijn
» maken van mijn web-site
» het is ook een MP3-speler
» en ook een DVD speler

De laptop vervoer ik in een zelfgemaakte tas. Een stevige buitenkant met een binnenkant van een gesloten cel matrasje. Deze tas zit uiteraard weer in mijn fietstas. Dit is voldoende gebleken. De laptop heeft al heel wat hobbels op de fiets en in de bus meegemaakt (en overleefd).

Daarnaast heb ik ook een USB-stick (2 GB) bij me waarop ik backups heb staan en gebruik als opslag als ik in een internetcafé ben. De laptop gebruik ik vrijwel alleen op mijn hotelkamer.

Dat betekent wel dat je per land een verloopstekker nodig hebt. Tot nu toe is dat geen probleem geweest, in veel winkels zijn die te koop. Overal is 220 Volt, behalve in Japan en Taiwan daar heeft men 110 Volt. Maar moderne opladers en adapters kunnen dat allemaal aan.

Ik heb dus geen telefoon bij me. Ik weet daar dan ook niets van.

Dingen die ik niet bij me heb en voor anderen misschien logisch zijn om wel bij je te hebben zijn:

De fietstassen zijn van Ortlieb, het is het Classic model met een klep dus niet de rolsluiting. Deze zijn bijna ideaal. Het zijn absoluut waterdichte, en daardoor ook vuildichte tassen. Dat maakt het makkelijk om ze eens onder de douche te zetten na een modderige dag (China). Maar ik heb wel wat riempjes afgeknipt die alleen maar in de weg zaten. En de haken zijn in het begin nog wel eens losgeschoten. Ik heb nu rubber om de bagagedrager gedaan zodat de haken geen ruimte meer hebben.

In Brunei is wel een bevestiging van de tas losgegaan. Het was wel te repareren met een boutje en moertje. Maar op het moment van de ontdekking (onderweg) was het wel flink balen.

Communicatie

Ik spreek nederlands en engels, en als het moet versta ik een beetje duits en frans maar dat is het wel. Veel Aziaten spreken geen nederlands en/of engels. In Singapore en Hong Kong is het engels natuurlijk goed aanwezig. Maar ook in Taiwan spreken behoorlijk wat mensen redelijk engels. Over het algemeen is er toch niet echt een taalprobleem geweest.

Als je een hotel binnenstapt is het toch redelijk duidelijk wat je komt doen. Veel winkels zijn zelfbediening en geeft de kassa aan wat je moet betalen. En als je een zak wasgoed bij een wasserij brengt levert dat ook geen verwarring op.

Ik heb wel veel een talengidsje bij me gehad maar nauwelijks gebruikt. Met handen en voeten kom je meestal wel op de plek waar je wilt zijn.

Alleen voor China en Japan heb ik enkele sleutelzinnen op kaartjes gezet om die te kunnen tonen als dat nodig is. Dat werkte prima. Met name in Japan bij de toeristeninformatie moet je een duidelijke vraag kunnen stellen.

Wat wel opvalt is dat Aziaten nogal eens schromen om engels te spreken als ze dat maar een beetje kunnen. Dat is jammer. Want soms na wat handen en voeten komen ze wel met een goed engels woord op de proppen. Dat was vooral in Maleisië en Japan merkbaar.

Internet (en PC)

Het internet gebruik ik voor drie dingen:

  1. E-mail, behoeft geen uitleg lijkt me.
  2. Transportmedium voor mijn backup's. Van alle foto's maak ik .zip-bestanden die ik via mijn web-site doorgeef aan mijn zus en zwager in Den Haag. Zij hebben dus een kopie van alle foto's die ik heb gemaakt.
    Ik hoop niet dat het gebeurt maar ik gebruik mijn laptop op zo'n manier dat als deze kapot gaat ik niet meteen allerlei zaken kwijt ben.
  3. Soms het opzoeken van informatie, met name faciliteiten. Met name rond het duiken heb ik dat gedaan om te weten waar mooie plekken zijn en wat behoorlijke duikshops zijn. Dat blijkt toch nog wel een gok.

Dingen als tickets of hotels via het internet reserveren doe ik niet. Ik vind dat niet handig. Veel web-site's zijn in de eigen taal, dan heeft het al geen zin. Reserveren gaat via een formulier en met een e-mail bevestiging, daar moet je dan op wachten en ik heb niet elk moment een gelegenheid om mijn mail te checken. Het niveau van het engels is zodanig dat mail ook niet altijd handig is. Een uitzondering hierop is het hotel in Kota Kinabalu, dat heb ik vanuit Hong Kong via de mail gereserveerd. Maar in Hong Kong had ik dan ook een internet aansluiting in het hotel en het hotel reageerde snel en goed.

Mijn web-site maak ik op mijn laptop. Ik gebruik daarvoor een zelfgemaakte editor voor de tekst en Paint Shop Pro (versie 8) om de foto's te bewerken. Een kopie van de web-site staat ook op mijn USB-stick. In internetcafes kan ik dan met FTP (WS_FTP versie 5, ook op de stick) de web-site uploaden. Ik heb nooit problemen ondervonden hiermee.

De beschikbaarheid van Internet verschilt nogal per land. In Maleisië en Thailand zijn veel internetcafes waar veel online-games worden gespeeld en het dus nogal lawaaierig is. Maar voor weinig geld kun je daar een PC met internet gebruiken. De snelheid is over het algemeen niet hoog, met 20 Kbs was ik al tevreden. Bovendien tref je hier nogal eens PC's met allerlei duistere software aan of PC's die al duidelijk virussen hebben.

In Laos zijn wat minder faciliteiten en de snelheid is ongeveer hetzelfde, of minder, dan in Thailand.

In China is het internet nog steeds een gecontroleerde bedoeling, althans zo lijkt het. De internetcafes zijn daar of minder of moeilijker te vinden. Maar als je er een treft zijn het vaak grote tot hele grote dingen, er kunnen wel 200 PC's staan. Maar het voordeel ervan is dat de PC's solide geïnstalleerd zijn en er weinig duistere software op draait. Als gebruiker moet je je identificeren. De snelheid is niet al teveel, 20 of 30 Kbs was al mooi.

Japan is een ander verhaal. Er zijn weinig internetcafes. Er zijn wel tenten waar je niet alleen kunt internetten maar waar je ook DVD's kunt kijken en karaoke kunt doen. Vaak gecombineerd met een soort snackbar waar allerlei eten en drinken te bestellen is. En dat allemaal naar keuze in een eigen privécabine of in een groepsruimte.
In sommige hotels heb je een internet aansluiting op de kamer, of draadloos of via een kabeltje. Dat is heel comfortabel.
De snelheid is al een stuk beter, meestal haal ik wel 50 KBs.

In Taiwan zijn weer wat meer internetcafes. Er worden vooral online-games gespeeld maar een beetjes saai FTP-en kan ook. De snelheid is behoorlijk, soms haal je hier ook 50 Kbs.

In internetcafes moet je wel allert zijn op computervirussen. Vooral in Thailand heb ik er last van gehad. Ik probeer ook altijd Firefox ipv Internet Explorer te gebruiken als het mogelijk is. Mijn bankzaken doe ik zo-wie-zo niet in IE. En als een internetcafe de opties heeft geblokkeerd dan is dat voor mij ook een reden om geen gevoelige info over de lijn te sturen. Zie ook mijn opmerking hieronder.

Visa

Je kunt geluk hebben en in Nederland geboren zijn. Als Nederlander (Europeaan) is het eenvoudig reizen door Azië. Op de boot van Japan naar Taiwan sprak ik een vrouw uit zuid Afrika, zij had meer visa nodig dan ik.

Sommige landen eisen dat je eerst een visum aanschaft voordat je het land binnengaat. Dit moet dan gebeuren bij een ambassade in een ander land. Het is wel enigzins gebleken dat de regels soms per ambassade kunnen verschillen. Zo is het eenvoudiger om een Thai visum aan te schaffen in Singapore dan in Kuala Lumpur. In Vientiane (Laos) is het heel eenvoudig om een chinees visum voor 60 dagen aan te schaffen. Ik weet nog steeds niet wat het idee bij een vium is anders dan dat het een bescheiden bron van inkomsten is voor een land.

West Maleisië en Sabah kun je zomaar in voor 90 dagen, Sarawak geeft je 30 dagen. Al doen sommige vliegmaatschappijen nogal moeilijk omdat Maleisië misschien wel wil dat je een exit-ticket hebt. Maar in alle keren dat ik Maleisië binnen ging werd die vraag niet gesteld.

Thailand is iets lastiger met visa. Voor 30 dagen kun je zonder problemen naar binnen maar als je langer wilt blijven moet je een visum aanschaffen. Je mag per half jaar maximaal 3 maanden in Thailand blijven met een toeristenvisum. In Thailand worden veel dagtrips aangeboden naar Maleisië en Birma alleen maar om opnieuw Thailand weer binnen te komen.

Voor Laos en China heb je ook een visum nodig maar het verkrijgen ervan is geen probleem.

Japan is dan weer erg prettig. Ik kon zonder visum 90 dagen blijven (als toerist).
Een paar dagen na mijn vertrek uit Japan is er een nieuwe procedure geïntroduceerd. Van iedere niet-japanner worden bij binnenkomst vingerafdrukken genomen en geregistreerd. Een maatregel tegen terrorisme, zo verklaart men.

Taiwan vraagt ook niet om een visum. De bootmaatschappij in Naha (Okinawa, Japan) wilde geen ticket verkopen zonder een exitticket. Taiwan zou ook verlangen dat je die had maar bij binnenkomst werd die vraag niet gesteld.

Hong Kong is ook een handige plek, je hebt geen visum nodig en mag dan 90 dagen blijven.

Ook Singapore kun je zomaar in en mag dan 30 dagen blijven.

Geld

In de meeste landen, zeker in Maleisië en Thailand, is een bankpas voldoende om aan cash geld te komen. Er zijn in Thailand meer dan voldoende geldautomaten (ATM's) beschikbaar. In Maleisië zijn er ook veel maar sommige accepteren geen Cirrus/Maestro.

In China echter zijn er veel eigen bankpassen en automaten die niet met de westerse bankpassen (Cirrus, Maestro) werken. Bij de grote filialen van de Bank of China kun je wel geld wisselen en hebben ze ook wel internationale ATM's.

 Lao kip Voor Japan geldt ongeveer hetzelfde. Er zijn niet zoveel internationale ATM's en op de grote postkantoren in de grote steden kun je cash geld wisslen en tref je wel een werkbare ATM. In Kyoto heb ik eens bij een Citibank US Dollars gewisseld, Euro's kon daar niet!

Ik had bij vertrek 5000 US Dollars en 5000 Euro's bij me, en mijn bankpas uiteraard. Ik heb geen creditcard en mis die ook niet. Het cashgeld had ik voor het geval de electronica (van de banken) niet zou werken. En ik wist dat in Laos de US Dollar makkelijk zou zijn. Dat is gebleken, men heeft graag de US$ want de Lao Kip is geen harde valuta. Maar de Thai Baht is ook in Laos prima te gebruiken.

Met internetbankieren heb ik zicht op mijn bankrekeningen. Wel oppassen dat je niet op alle plekken zomaar een verbinding maakt met de bank en informatie verstuurd. Bij voorkeur doe ik dat met de Mozilla Firefox browser. En ook altijd zorgen dat je na afloop alle info op de PC (van de browser) opruimt om te voorkomen dat anderen daar iets mee gaan doen.

De banken zullen blijven beweren dat internetbankieren veilig is, net zoals de PIN-pas. Ik geloof daar niet in. Het internet is openbaar en iedereen doet daar van alles. En mijn gestolen pinpas (paar jaar geleden) was binnen 45 minuten gekraakt en 3 keer gebruikt om het maximum bedrag van mijn rekening te halen. Het PIN-pas systeem is al jaren oud, behoorlijk verouderd denk ik, maar het is ondertussen een wereldwijde operatie om dit te veranderen. Helaas zijn er geen alternatieven.

Wat kost dat nou

Een prangende vraag die weinig wordt gesteld. Ik heb dan wel geen exact antwoord. Ik heb wel alle geldacties als geldautomaat en cash wissels genoteerd en in een grafiek gezet (handig zo'n laptop bij me). Niet alleen voor de grap, ik wil zelf wel weten hoe snel het geld gaat. Hieronder enkele richtlijnen. De vliegreis vanuit Nederland is niet meegerekend.

Bedenk dat ik niet low-budget reis, als je wilt kan het goedkoper.

In de drie maanden Maleisië heb ik 3000 Euro uitgegeven. Dat is inclusief alles dus ook de duikcursus en extra duiken.

In de twee maanden Thailand die ik alleen heb gedaan heb ik 2900 Euro uitgegeven. Dat is ook inclusief alle duiken (Ko Tao en Westcoast Explorer).

Ik ben een maand in China geweest, dat was 1350 Euro.

De twee maanden in Japan hebben 4200 Euro gekost. Ook weer inclusief alles, duiken en vlucht naar Hong Kong (moest ik in Naha kopen).

In Taiwan ben ik ruim twee weken geweest, dat was ongeveer 700 Euro.

Hong Kong is niet in verhouding, ik heb daar mijn Leica gekocht (zie fototoestel). Het hotel was 60 euro per nacht, ik ben er een week geweest.

In Sabah, Brunei en Sarawak ben ik slechts kort geweest, geen relevante gegevens dus.

Enkele getallen

Tijdens mijn reis heb ik nauwelijks iets bijgehouden behalve dan natuurlijk mijn uitgaven. Ik heb dus geen nauwkeurige gegevens van het aantal kilometers dat ik heb gefietst. Hieronder het aantal fietsdagen en een grove schatting van het aantal gefietste kilometers per land (t/m 31 dec. 2007):

Land Fietsdagen Kilometers Gemiddelde
Maleisië 21 1600 76
Thailand 17 1400 82
Laos 1 150 150
China 9 600 67
Japan 22 1500 68
Taiwan 3 200 67
Borneo 7 330 47
Europa 25 1800 72
  105 7580 72

De kortste fietsdag was in Japan op Okinawa eiland. Van Motobu (aankomst met de boot) naar Nago, dat was iets van 20 kilometer. De langste dag was in Laos, van Vientiane naar Vang Vieng: 150 km..

De zwaarste dag was in Thailand. De rit van Nahkon Si Thammarat naar Wiang Sa. Het was behoorlijk heet die dag en heb lang doorgereden, langer dan gedacht omdat de plaats waar ik dacht te kunnen overnachten vrijwel niets voorstelde.

Hoe is dat ... per land

Hieronder de links naar de Hoe is dat pagina van de landen waar ik ben geweest, daarop wat specifiekere informatie.

Maleisië
Singapore
Thailand
Laos
China
Japan
Taiwan (bescheiden verhaaltje)